Contact

Heb je een vraag, of wil je een vrijblijvend kennismakingsgesprek aanvragen? Bel of mail ons! Je kunt ook het contactformulier invullen.

055 - 8449407
info@kersloopbaancoaching.nl
 

Professionals

Loopbaanontwikkeling is voor ons meer dan adviseren, begeleiden en coachen van personen en instellingen. Voor ons gaat het ook om kennisdeling. Om die reden hebben wij een digitaal informatiepunt. Hierin zijn de artikelen onderverdeeld in categorieën. Tevens kun je de artikelen delen via Social Media of printen. 

 

Uit recent onderzoek blijkt dat jongeren steeds meer online leven. Ze hebben er contacten met vrienden, zoeken razend snel informatie op en ontdekken al gamend hun identiteit. Maar wat betekenden die gegevens nu voor ons loopbaancoaches?

Jongeren van de zogenaamde ‘netwerkgeneratie’ zijn veel op internet te vinden. Niet alleen voor spelletjes of informatie maar ook voor sociale contacten. Op de netwerksite facebook zijn maar liefst miljoenen profielen te vinden. Profielen van jongeren die gemiddeld tussen de 12 en 26 jaar oud zijn. Via die profielen proberen ze te etaleren wie ze zijn, wat ze kunnen en waar ze in uitblinken. Voor ons als loopbaancoaches zijn dit belangrijke vragen. Deze vragen dragen namelijk bij aan een belangrijk onderdeel van de loopbaanbegeleiding; het opdoen van zelfkennis. Onbewust zijn jongeren dus al bezig met het vergroten van hun zelfkennis terwijl ze bijkletsen met klasgenoten en vrienden.

Ook tijdens het gamen zijn jongeren onbewust bezig met het vormen van hun identiteit. Door spellen als de Sims of World of Warcraft kunnen ze experimenteren met wie ze zijn en hoe ze zouden willen zijn. Vooral bij online games kunnen jongeren experimenteren met wie ze zijn en hoe daarop gereageerd wordt. Bij online coöperatieve games doen jongeren bovendien competenties op in gebieden als samenwerken en creativiteit. Misschien is een goede online loopbaangame een tool om jongeren de competenties aan te leren die ze in het vervolgonderwijs vaak nodig hebben.

 

Naast het opdoen van zelfkennis en competenties, zijn jongeren actief bezig met het verbeteren van het internet. Ze gaan kritisch om met de informatie die er op internet te vinden is en vragen zich steeds af of de informatie bijdraagt aan de kennis die ze al hebben over bepaalde onderwerpen. Daarnaast zijn veel jongeren niet alleen bezig met het vergaren van kennis via internet, maar verrijken het internet ook met hun meningen en hun kennis. Dit doen ze bijvoorbeeld via Wikipedia, diverse fora en persoonlijke blogs.

Wat kunnen wij als loopbaancoaches nu met deze informatie? Jongeren zijn dus onbewust bezig met het ontdekken en verrijken van hun zelfkennis. Als loopbaancoach kan je daarop inhaken door opdrachten die gebaseerd zijn op hun online leven. Hoe zien jongeren zichzelf en welk beeld hopen ze dat leeftijdsgenoten hebben over hun? En hoe belangrijk is de mening van andere voor de jongere in kwestie? Door pc opdrachten als ‘beschrijf je eigen onlineprofiel’ en ‘teken je vriendenweb’ krijgt de jongere inzicht in zijn eigen netwerk en de plaats die hij of zij hierin inneemt.

Ook in de leerstijlen kunnen we aansluiten bij de digitale competenties van jongeren. Het leren van jongeren in een online leeromgeving gaat namelijk geleidelijk en coöperatief. Jongeren leren namelijk van elkaar en delen graag kennis. In een groepssetting kan van deze eigenschap gebruik worden gemaakt door bijvoorbeeld een kleine voorlichtingsmarkt. Bij deze werkvorm zoeken jongeren in tweetallen informatie over de opleiding van hun keuze en vertellen wat ze gevonden hebben. Zo wordt een beroep gedaan op zowel de informatievaardigheid van de leerling, als de netwerkkwaliteiten en de drang om gevonden kennis te delen.

Bij het zoeken naar een werk of stageplaats is aansluiten bij de netwerkgeneratie ook erg belangrijk. 70% van de vacatures worden immers vervuld via het zoeken in bestaande netwerken. Als loopbaancoach kan je de leerling attent maken op vakgroepen, sites van bedrijven en brancheverenigingen. Zo kan de jongere zijn of haar netwerk verder vergroten en effectief inzetten om de zoektocht naar een baan of stageplaats te vergemakkelijken. Natuurlijk is dit netwerk ook handig bij het opdoen van ervaringen in studies zodat een studiekeuze beter gefundeerd gemaakt kan worden.

Wendy Kers,
© 2013, Kers & Kers Loopbaancoaching

De tijd van de intakegesprekken komt er weer aan. Misschien hebben de eerste intakegesprekken zelfs al plaatsgevonden. Vorig jaar is de werkgroep Intake, waar ik aan heb deelgenomen, voor MBO diensten met de intake aan de slag gegaan. Ons doel is om de intakes op de ROC's te professionaliseren en de intake weer even onder de aandacht te brengen!

Om die reden wil ik je graag de volgende webfilm laten zien.

Laat je inspireren en ga de discussie aan met je collega's!

 

De webfilm is een van de producten om intakers bewust te laten worden van het belang van een goed intake gesprek.

Andere producten zoals posters en kaarten zijn te vinden op de site van MBO Diensten:

Intake banner

Met vriendelijke groet,

Daniël Kers
Kers & Kers Loopbaancoaching

 

 

Op 9 oktober 2012 heeft de Eerste Kamer de wetsvoorstellen passend onderwijs en kwaliteit in het (voortgezet) onderwijs aangenomen. Hierdoor gaat de zorgplicht voor scholen in per 1 augustus 2014. Het doel van deze zorgplicht is om leerlingen zo veel mogelijk een passend ondersteuningsaanbod te geven binnen het reguliere onderwijs.

Wat is de zorgplicht

In de huidige situatie wordt een kind aangemeld bij een school naar keuze. Heeft de leerling extra zorg nodig dan kunnen ouders een zorg-indicatie aanvragen. Dit is vaak een lang traject met een hoop zorgen en administratieve rompslomp. In de nieuwe situatie per 1 aug 2014 gaat het anders.

Ouders melden hun kind nog steeds aan bij de school van hun keuze. Binnen het samenwerkingsverband van deze voorkeurs-school moet er een plek gevonden worden voor de leerling. Dit kan dus de school van aanmelding zijn, maar ook een andere school binnen of zelfs buiten het samenwerkingsverband. Maximaal na 10 weken na inschrijving moet duidelijk zijn voor ouders en school of de leerling geplaatst kan worden op de voorkeursschool of dat deze geplaatst wordt op een andere school.

Wat betekent het voor ouders en leerlingen

Vanaf augustus 2014 zijn niet meer de ouders, maar de scholen verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat er voor elk kind dat extra ondersteuning nodig heeft een passende plek is. Als de school van aanmelding het kind niet zelf kan plaatsen, wordt na overleg met de ouders een passende plek op een andere school aangeboden. Als ouders het niet eens zijn met de beslissing van de school dan kunnen zij zich wenden tot de geschillencommissie passend onderwijs, de Commissie Gelijke Behandeling en tenslotte het geschil voordragen bij de rechter.

Wat betekent het voor leraren en begeleiders

Het systeem van de rugzak verandert met passend onderwijs. Dit heeft dan ook gevolgen voor de ambulante begeleiding in cluster 3 en 4. Voor cluster 2 verandert er niets. In het schooljaar 2014-2015 blijft het geld voor ambulante begeleiding gaan naar de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. In het schooljaar 2015-2016 gaat het bedrag over naar het ondersteuningsbudget van de samenwerkingsverbanden.

Ook in de klas zullen er meer verschillen zijn tussen leerlingen. Verschillen op het gebied van intelligentieniveau, leerstijlen, maar ook op het gebied van ondersteuningsbehoeftes. Voor de meeste leerlingen geldt dat zij, met soms wat extra ondersteuning, het normale onderwijsprogramma kunnen doorlopen. Voor een aantal leerlingen is deze ondersteuning nog niet voldoende. Deze leerlingen doorlopen dan een afwijkend onderwijsprogramma. Om hier duidelijkheid over te hebben stellen de leerkrachten binnen zes weken na inschrijving een ontwikkelingsperspectief op. Hierin staan welke onderwijsdoelen gerealiseerd kunnen worden en wat de uitstroombestemming zal zijn.

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op passendonderwijs.nl

 

Daniël Kers,
© 2012, Kers & Kers Loopbaancoaching.

Het ministerie van OCW vindt loopbaanoriëntatie en –begeleiding een belangrijk onderdeel van het MBO en subsidieert daarom het Stimuleringsproject LOB in het MBO. Samen willen MBO Diensten, MBO Raad, SBB, Skills Netherlands en het ministerie OCW bereiken dat:

  • Studenten goed inzicht hebben in de eigen talenten, kwaliteiten en mogelijkheden, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken voor een vervolgopleiding of beroep.
  • Minder studenten voortijdig hun opleiding verlaten vanwege verkeerde opleidings- en beroepskeuze.

Om deze doelen te kunnen halen is LOB TOOLBOX ontwikkeld in opdracht van het Stimuleringsproject LOB in het MBO. Zes werkgroepen verdiepten zich elk in een aspect van LOB in het MBO – zoals de doorstroom, praktijkleren, het intakegesprek, VM2-trajecten, levensechte opdrachten en het opzetten van een (bedrijven) netwerk. De werkgroepen hebben enkele concrete instrumenten opgeleverd waarmee je direct aan de slag kunt. Enkele hiervan vind je in de LOB toolbox. De complete opbrengst kun je op www.mbodiensten.nl/ - projecten - LOB - toolbox downloaden.

Wat is er ontwikkeld en wat kun je ermee.

LOB en Doorstroom

De werkgroep Doorstroom mbo/hbo/arbeidsmarkt ontwikkelde een kijkkader dat helpt zicht te krijgen op LOB binnen opleidingen, met een focus op de doorstroom naar het hbo of de arbeidsmarkt. Voor VMBO leerlingen die hun loopbaan al hebben uitgestippeld na de MBO opleiding is de zoekmachine ‘Kans op werk’ en de MBO wijzer handige websites.

LOB en praktijkleren

De werkgroep Praktijkleren verzorgde een inventariserende verkenning en een praktische vertaalslag: een overzicht van alle bouwstenen en twee hulpmiddelen die je helpen een omgeving te realiseren die inspireert te leren, te werken en te kiezen en hiermee zorgt voor een integratie tussen LOB en beroepspraktijk.

LOB tijdens het intakegesprek

Uit de praktijk blijkt dat veel intakegesprekken te weinig loopbaangericht zijn. Daarom ontwikkelde de werkgroep Intake een bewustwordingscampagne om dit onder de aandacht te brengen. Doormiddel van posters, ansichtkaarten, een banner en een webfilm waarin leerlingen aan het woord zijn wil de intakewerkgroep de discussie aangaan. Met als doel om VMBO leerlingen inzicht te geven in het intakegesprek (wat kan je verwachten) en MBO intakers bewust te laten worden over de kwaliteit van het intakegesprek.  

LOB in VM2-trajecten

Het uiteindelijke doe van VM2 is een kwalificering op niveau 2 zonder merkbare overstap. LOB speelt hierbij een cruciale rol, omdat leerlingen vaak nog niet in staat zijn om bewust en afgewogen een beroepsrichting te kiezen. De werkgroep VM2 is daarom gekomen tot bruikbare modellen voor integratie van LOB.

LOB en levensechte opdrachten

Levensechte opdrachten vragen van studenten dat zij hun kennis en vaardigheden integraal toepassen in een beroepssituatie. Deze opdrachten moeten inspireren én studenten inzicht geven in hun leerproces, hun kwaliteiten en ambities. Omdat het lastig kan zijn om deze opdrachten te ontwikkelen heeft de werkgroep dit al voor je gedaan.

LOB en werken met netwerken

Een uitgebreid netwerk is een krachtig instrument. Zeker voor studenten die aan het begin van hun loopbaan staan. De werkgroep heeft daarom het Netwerkkwartet ontwikkeld samen met een aantal tips hoe een netwerk opgebouwd en ingezet kan worden. Voor school en leerling.

2012, Kers & Kers Loopbaancoaching

 

 

Op 1 maart vond op het Vakcollege Amersfoort de zevende bijeenkomst van het Lerend Netwerk LOB Eemland plaats. Bijna 60 directieleden, afdelingsmanagers en decanen van VMBO en MBO namen deel aan deze middag. Deze keer draaide het om de resultaten van de ‘monitor uitval & switchen 1ste jaar MBO 2010-2011 van ROC ASA en ROC MN’ en wat deze betekenen voor het LOB beleid op de eigen onderwijsinstelling.

De nieuwe resultaten uit de monitor ‘Uitschrijving & Switch in het eerste jaar MBO’ in samenhang met de nieuwe voorlopige VSV cijfers 2010-2011 van OCW zorgden voor veel managementinformatie. Scholengroepen en ROC’s presenteerden hun eigen analyse op de resultaten en gaven antwoord op de vraag wat deze gegevens nu betekenen voor hun LOB beleid.

Welke inzichten hebben de resultaten opgeleverd?

In de presentaties kwamen veel overeenkomsten naar voren:

  • Het aantal switchers en uitvallers is het hoogst onder leerlingen die laat (na 1 mei) hun vervolgkeuze bepaalden;
  • Hoe hoger de leeftijd van de leerling of student, hoe meer kans er is op uitval;
  • Hoe lager de leeftijd van de leerling of student, hoe meer kans er is op switchen;
  • Veel switchers blijken van organisatorische aard;
  • Veel studenten geven als reden voor hun switch een verkeerd beeld te hebben
  • van opleiding of beroep;
  • Meer dan de helft van de nieuwe 1e jaars MBO leerlingen komt niet direct uit het VMBO.
  • Late aanmelders moeten door intakers en studieloopbaanbegeleiders extra worden begeleid, omdat de kans op uitval in deze groep veel hoger is.
  • Er wordt verschillend gedacht over het effect van de plannen van de minister voor verlengde onderwijstijd in het eerste jaar MBO. Veel aanwezigen denken dat als deze extra tijd met name in AVO vakken wordt gestoken, dit VSV zal versterken. Als deze tijd in meer maatwerk en begeleiding (LOB) wordt gestoken kan het effect gunstig zijn.
  • Er werd een pleidooi gehouden voor het aanbieden van zowel brede opleidingsprogramma’s als voor het aanbieden van smalle opleidingsprogramma’s.

AL met al een zeer interessante conferentie waarbij van directie tot docent en van MBO tot VMBO met elkaar in gesprek kwamen om het aantal VSV’ers te reduceren.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

 

De oriëntatiedagen zijn een begrip onder de scholen in de regio en steeds meer scholen nemen hieraan deel. Toch bleek de koppeling tussen het oriënteren bij een opleiding en LOB opdrachten lastig. Daniël Kers (projectleider zoekjouwmbo.nl) heeft in zijn presentatie de mogelijkheden van het systeem laten zien.

Om de oriëntatiedagen nog meer te integreren in het LOB programma van VMBO scholen hebben Daniël Kers, Michiel van den Anker en Rieneke Schinkel van het Expertisecentrum LOB Eemland de handreiking LOB lessen voor zoekjouwmbo.nl ontwikkeld. Michiel en Rieneke hebben deze handreiking op deze conferentie gepresenteerd.

Om interessante oriëntatieworkshops te organiseren die passen binnen het LOB programma is er meer nodig dan een aanmeldings- en registratiesysteem en bijpassende LOB lessen. Twee workshopleiders en twee decanen vertelden daarom over hun best practices binnen het MBO en het VMBO.

Het complete programma bood handvatten voor scholen in de regio om van de oriëntatieworkshops een LOB instrument te maken.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

 

De Icares beroepentest is een interesse- en beroepentest. De vragenlijst is geschikt voor jongeren vanaf 15 jaar, van VMBO tot Universiteit. De vragenlijst is zo gemaakt dat ze geschikt is voor zowel autochtonen als allochtonen, voor zowel jongeren als volwassenen. De test kan schriftelijk of  online worden gemaakt en bestaat uit 63 vragen, met elk vier antwoordmogelijkheden. Deze vragenlijst geeft een beroepenlijst als resultaat samen met een sectorale interessescan. Tevens is het mogelijk bij ICARES stagnaties mee ten nemen in de geschiktheid van de beroepen. Deze geschiktheid wordt dan weergegeven in percentages per beroep.

Bruikbaarheid van de test

De beroepentest van ICARES bestaat uit een duidelijke vragenlijst en een uitgebreid scala van uitkomsten. De vragen worden duidelijk gesteld voor zowel allochtoon als autochtoon en zijn in redelijk korte tijd in te vullen. Per vraag wordt  één onderwerp behandeld, zodat deze gemakkelijk te beantwoorden is. De test bestaat uit 63 beroepeninteresse-items wat resulteert in 35 sector schalen.

Testuitslagen

Als eerste uitslag wordt een lijst met passende beroepen weergegeven. Deze lijst kan worden aangepast naar niveau,  zoals MBO niveau 4, hoger of academisch. De test kan stagnaties mee laten wegen in de geschiktheid van de passende beroepen. Heeft een leerling dyslexie,dan geeft de test een uitslag met achter de beroepen een geschiktheidspercentage. Op elk beroep kan ook geklikt worden voor meer informatie. Als de leerling een beroep leuk vindt dan kan deze aan het digitale dossier gekoppeld worden. De leerling kan deze beroepenlijst ook zelf als uitslag zien.

De loopbaanadviseur heeft meerdere mogelijkheden om het resultaat van de test weer te geven. Links bovenin kan de adviseur kiezen voor ‘uitslag sectorale interesse scan’. Hier wordt er een overzicht gegeven van de interesses van 0 (zeer laag) – 10 (zeer hoog), afgezet in 35 sectoren. Hier kan men de sectoren aanklikken voor een beschrijving en per niveau een aantal voorbeeldberoepen zien. De adviseur kan de ingevulde vragenlijst uitprinten, samen met het dossier. Het voordeel van de beroepentest van ICARES is de compleetheid. De beroepenlijst is uitgebreid, kan aangepast worden aan het niveau en stagnaties kunnen meegewogen worden.

De interesse wordt weergegeven in 35 sectoren, van zeer hoge interesse tot zeer lage interesse. Ook hier kan er meer informatie per sector gevonden worden. De Beroepentest van ICARES geeft een compleet overzicht. Doordat leerlingen uit vier antwoordmogelijkheden kunnen kiezen, komt er nooit een gemiddelde uitslag. Dit heeft als voordeel dat er altijd een hogere interesse voor een bepaalde sector naar voren komt.

Rapportages

Bij ICARES kan je bijna alles uitprinten, zoals:

1. De ingevulde vragenlijst: geeft een overzicht van de 63 vragen met de ingevulde antwoorden.

2.De beroepenlijsten: per niveau en met of zonder stagnaties.

3.De sectorale interessescan: geeft een overzicht van de 35 sectoren, in combinatie met de interesses. De interesseschaal gaat van 0 tot 10 en wordt van hoge interesse naar lage interesse opgemaakt. Daarnaast kan er op de sectoren geklikt worden zodat er ook een beschrijving van de sectoren, met een aantal voorbeeld beroepen per opleidingsniveau, uitgeprint kan worden. De rapportage moet gebruikt worden als onderdeel van een gesprek tussen de coach / begeleider en de leerling, zodat de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden. 

Daniël Kers,
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

BIT staat voor BeroepenInteresse Test en de laatste versie stamt uit 1997. De vragenlijst is geschikt voor jongeren uit de 2deen 3deklassen van VMBO, HAVO en VWO. De vragenlijst maakt gebruik van elf schalen met elk veertien bezigheden. Deze zijn:

  • Technische handvaardigheid
  • Ambachtelijke vormgeving
  • Techniek en natuurwetenschap
  • Voedselbereiding
  • Agrarische arbeid
  • Handel
  • Administratief
  • Talen en Cultuur
  • Mens en maatschappij
  • Sociaal werk en opvoeding
  • Medisch

De vragenlijst bestaat op 154 vierkeuze-items waarbij steeds gekozen kan worden welke van de vier bezigheden de interesse het meeste aanspreekt.

Bruikbaarheid van de test

De 154 vragen van de BIT worden één voor één gesteld en duurt dus lang  om in te vullen. De vragen zijn goed te begrijpen en het kiezen van één van de vier opties maakt deze test anders dan andere interessetests. De vragenlijst is bedoeld voor zowel jongeren als ouderen met minimaal basisschool niveau. Voor ouderen met VWO niveau of hoger is deze test minder geschikt.

Testuitslagen

De antwoorden van de vragenlijst zijn vertaald naar 11 interessegebieden, met een normering van 1 tot en met 9. Hierbij is 1 zeer gering en 9 zeer sterk, 4, 5 en 6 zijn  gemiddeld.

Rapportages

De rapportage van deze test kan alleen door de begeleider uitgeprint en opgeslagen worden. Hierbij is keuze uit een decaan- of leerlingrapportage. De rapportage ziet er net als de ABIV wat verouderd en simplistisch uit, maar doet wat die moet doen. Bovenaan staan de standaardgegevens zoals naam, geboortedatum, niveau, loopbaanadviseur en de normgroep. Daaronder staat een schema met de 11 interesseschalen, de ruwe totaalscore en de uitgeschreven belangstelling.

Tot slot wordt in begrijpelijk Nederlands  de uitslag uitgelegd.  In de decanenrapportage staat geen uitleg, maar wel het aantal positieve en negatieve ingevulde vragen en de staninescore. De rapportage moet gebruikt worden als onderdeel van een gesprek tussen de coach / begeleider en de leerling, zodat de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

TKMST is een redelijk nieuwe interesse en sector-/profielkeuze test van uitgever Schoolweb van Malmberg. De test is geschikt voor jongeren vanaf 11 jaar, van Vmbo, Havo, VWO, MBO en HBO. De vragenlijst bestaat uit 190 interesse vragen. Hierbij kiest de leerling steeds tussen twee vragen in verschillende combinaties. De uitslag wordt weergegeven in vier schalen en zestien belangstellingsgebieden. Daarbij zijn de interesses per schaal en belangstellingsgebied weergegeven en in stanines 1 t/m 9.

Bruikbaarheid van de test

De TKMST test geeft eerst de uitslag per profiel. Voor leerlingen binnen het voortgezet onderwijs of het VAVO die een profielkeuze gaan maken, of de keuze gaan maken voor een vervolgopleiding, geeft dit al een duidelijk beeld vanuit de 4 profielen. Daarna wordt de uitslag per belangstellingsgebied (16 schalen) weergegeven.

De profielen zijn uitgediept in verschillende belangstellingsgebieden op het MBO, HBO of WO. De leerling klikt op de naam van het belangstellingsgebied en er volgt een lijst met beroepen binnen dit belangstellingsgebied. Klikt de leerling vervolgens weer op een beroep wordt hij/zij doorgelinkt naar tkmst.nl.

Hier staat een beschrijving  van het beroep, samen met de passende opleidingen en onderwijsinstellingen. De leerling kan daarna zelfs gelijk van een aantal onderwijsinstellingen folders aanvragen of doorgelinkt worden naar de website van de school. De MBO oriëntatie op HBO geeft de profieluitslag, C&M, E&M, N&T en N&G. De VMBO oriëntatie op MBO geeft de profieluitslag, Economie, Techniek, Groen en Zorg en Welzijn.

TestuitslagenTestuitslagen

De uitslag van de TKMST test begint met de interesse per profielonderdeel. Vervolgens wordt het profiel uitgediept in 16 schalen die vallen onder het profiel. De schalen zijn afhankelijk van het interesse niveau waarop de test gemaakt wordt. VMBO-MBO heeft andere profiel- en interesseschalen dan HAVO-HBO. Door op de interesse schalen te klikken wordt er een beschrijving van die schaal weergegeven. Vervolgens kan de leerling doorklikken naar meer informatie. Vanuit de test wordt de leerling doorgelinkt naar tkmst.nl, waar heel veel beroep- en opleidingsinformatie te vinden is.

Rapportages

De rapportage van de TKMST test bestaat uit 2 pagina’s:

Pagina 1: Een voorblad gevolgd door de uitslag per profiel. Daaronder staat de uitslag per belangstellingsgebied. Links staat steeds de beschrijving en rechts een schematische weergave van de score aan de hand van stanines 1– 9.

Pagina 2: hier staat in een paar regels hoe de leerling meer informatie kan vinden op tkmst.nl. Hier is veel informatie te vinden over het belangstellingsgebied, opleidingen en beroepen. Door op het belangstellingsgebied te klikken volgt er een beschrijving + een beroepenlijst binnen dit gebied. De leerling kan dan weer op een beroep klikken voor meer informatie. De rapportage dient gebruikt te worden als onderdeel van een gesprek tussen de coach / begeleider en de leerling, zodat de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

De MCT-M staat voor Multiculturele Capaciteiten Test-Middelbaar niveau en stamt uit 1997. DE MCT-H staat voor hoger niveau en stampt uit 2000. De test is geschikt voor allochtone en autochtone jongeren en volwassenen vanaf 16 jaar. De MCT-M is geschikt voor mensen met VMBO, MBO niveau en de MCT-H is dat voor mensen met HAVO, VWO, HBO en WO niveau. De tests bestaat uit 8 subtests met elk 30 tot 45 items. Deze zijn onderverdeeld in algemene intelligentie (A) en schoolse vaardigheden (S). Deze zijn;

  • Rekenvaardigheid (S, 30 items in 5 minuten)
  • Componenten (A, 30 items in 9 minuten)
  • Woordrelaties (S, 45 items in 9 minuten)
  • Cijferreeksen (A, 30 items in 15 minuten)
  • Controleren (S, 100 items in 4 minuten)
  • Spiegelbeelden (S, 30 items in 15 minuten)
  • Woordanalogieën (A, 30 items in 9 minuten)
  • Exclusie (A, 30 items in 7 minuten)

De test meet de capaciteit door het aantal goed beantwoordde vragen af te zetten in gestelde tijd. Voor elke test staat een bepaalde tijd (4 – 15 minuten) die afloopt. Totaal duurt het maken van de test ongeveer 1,5 uur. De MCT-H duurt wat langer, omdat daar 30 tot 50 vragen per onderdeel gesteld worden.

Bruikbaarheid van de test

De MCT-M is een uitgebreide en lange capaciteitentest, waarbij het resultaat op verschillende niveaus en met 17 normgroepen vergeleken en gemeten kan worden. De test is zowel op papier als digitaal beschikbaar en maakt onderdeel uit van het NOA testpakket.

De onderdelen van de MCT-M meten elk een ander soort algemene intelligentie of een andere schoolse vaardigheid. Algemene intelligentie krijgt iemand mee door de opvoeding en de omgeving. Dit is niet snel (binnen een jaar) te veranderen. Schoolse vaardigheden zijn dingen die studenten op school aangeleerd krijgen. Deze onderdelen kunnen wel snel (binnen een jaar) hoger of lager worden.

Testuitslagen

De uitslag van de MCT-M wordt gegeven in een standaard rapportage gemaakt door NOA-Online. Deze komt zo uit de printer gerold, waarbij niets aangepast kan worden. De uitslag wordt gegeven in een staninescore van 1 tot en met 9. Hierbij is 1 zeer laag, 4 – 6 gemiddeld en 9 zeer hoog.

Rapportages

De rapportage van de MCT-M is mooi verzorgd en compleet. Er zijn twee versies: de standaard- en de uitgebreide rapportage. De standaardrapportage geeft op één pagina een overzicht van de subtestscore en de gecombineerde score. De rapportage moet gebruikt  worden als onderdeel van een gesprek tussen de coach / begeleider en de leerling, zodat de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

De LINC staat voor LDC Interesse en Competenties en stamt uit 2008. Deze test wordt gezien als de opvolger van de BZO uit 1980. Het is eenberoeps- of studiekeuzevragenlijst, gebaseerd op de menstypen van John Holland. Deze is uitgewerkt in het PAKSOC-model en de 14 arbeidsgebieden van Meijers en Wijers. PAKSOC staat voor Praktisch, Analytisch, Kunstzinnig, Sociaal, Ondernemend en Conventioneel. De veertien arbeidsgebieden zijn:

  • Voeding
  • Gebouwen
  • Kleding
  • Gezondheid & Zorg
  • Natuurlijke omgeving
  • Energie & Grondstoffen
  • Gebruiksvoorwerpen & Apparaten
  • Infrastructuur & transport
  • Informatie & Communicatie
  • Opvoeding & Onderwijs
  • Staat & Veiligheid
  • Kunst, Cultuur en Wetenschap
  • Arbeid & Economie
  • Recreatie

De LINC-Basis is gericht op jongeren vanaf 13 jaar tot en met MBO. De LINC-Hoog is gericht op jongeren vanaf 13 jaar met een niveau van MBO of hoger. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 40 minuten en kan zowel op school als thuis gemaakt worden.

De LINC bestaat uit 168 interesse vragen en 72 competentievragen. Deze geven samen een uitslag in het soort menstype en een interesse- competentie- en werkveldenprofiel. De rapportage is digitaal  en kan geprint of opgeslagen worden door de begeleider.

Bruikbaarheid van de test

De LINC is een test die voornamelijk online wordt ingezet. De begeleider maakt een account aan en de leerling wordt via e-mail uitgenodigd voor een test. Deze kan achter elke PC gemaakt worden. Het interessegedeelte van deze vragenlijst is behoorlijk uitgebreid. Het competentiedeel is wat beperkt.

Het voordeel van deze test is de gebruiksvriendelijkheid. De vragen zijn te begrijpen en het online invullen werkt goed. De uitleg van de PAKSOC menstypen is wat beperkt: de rapportage geeft geen uitleg  bij een lage, gemiddelde en hoge score op deze menstypen. Deze staan wel in de LDC map, maar is niet toegankelijk voor de leerling.

De vragen worden uitgezet in arbeidsgebieden, maar niet in werksoorten. In één vraag worden verschillende interesses aangetipt waardoor leerlingen sneller geneigd zijn om de vraag laag te scoren dan gemiddeld of hoog. Dit gebeurt wanneer een leerling één onderdeel van de vraag wel interessant vindt, maar twee andere niet. Bijvoorbeeld, “Trainingen geven aan beginnend verkopers bij grote warenhuizen”. Een leerling kan interesse hebben voor ‘trainingen geven’, ‘verkopen’ of ‘warenhuizen’.

Testuitslagen

De LINC test geeft verschillende uitslagen. Er wordt een korte omschrijving gegeven van de menstypen, gekoppeld aan een kleurcode. Deze kleurcode komt terug in de andere uitslagen en maakt zo visueel zichtbaar wat onder welk menstype valt.

Het interesseprofiel bestaat uit de PAKSOC in combinatie met een geschiktheidspercentage. Dit laat zien hoeveel procent iemand interesse heeft voor een bepaald type werk. Ditzelfde geldt voor het competentieprofiel waarbij de competenties in percentages worden afgezet tegen de PAKSOC typen. Een andere uitslag is de interesse in arbeidsgebieden. Hierbij is de interesse in de veertien arbeidsgebieden zichtbaar in percentages. Door de kleurcode is ook te zien welk arbeidsgebied onder welk menstype valt. Een volgende uitslag is een verdeling over MBO en HBO, ook wel midden en hoog. Hierin is te zien waar de interesse van de leerling meer naar uit gaat. Tot slot wordt er een congruentie gemaakt tussen interesse en competentie. Dit is een vergelijking tussen de hoogste scores bij de interesse vragen en de competentievragen. Als deze veel overeenkomen, dan zou het maken van een keuze gemakkelijker zijn dan wanneer deze totaal niet overeenkomen.

Als einduitslag krijgt de cursist een PAKSOC code. Één voor zijn of haar interesses en één voor zijn of haar competenties. Deze kunnen in een ander programma, zoals ROC Traject, ingevuld worden en worden gekoppeld aan beroepen en opleidingen.

Rapportages

De rapportage van de LINC wordt standaard aangeleverd. Deze is zo opgesteld dat de rapportage begrijpelijk is voor zowel leerling als professional. Dit zorgt er wél voor dat deze uitleg behoeft in een gesprek. Het uitprinten van de rapportage in kleur geeft meer zichtbaarheid in de koppeling tussen interesse en menstype en sluit goed aan bij de doelgroep. De rapportage moet worden gebruikt als onderdeel van een gesprek tussen loopbaanadviseur en leerling, zodat de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

MPT-BS staat voor Multiculturele Persoonlijkheidstest Big Six en stamt uit 2003. Deze test is gericht op mannen en vrouwen vanaf 15 jaar van zowel autochtone als allochtone afkomst. Het maken van de test neemt ongeveer 20 minuten in beslag.

Doel van de MPT-BS:  een beeld te vormen van de persoonlijke eigenschappen van een persoon. Dit gebeurt aan de hand van zes persoonlijkheidsdimensies met onderliggende schalen. Deze zes hoofdschalen zijn vervolgens verdeeld in 25 subschalen, namelijk:

  • Emotionele stabiliteit
    • Emotionele beheersing
    • Zelfvertrouwen
    • Flexibiliteit
    • Angst en depressieve gevoelens
    • Boosheid
  • Extraversie
    • Sociale durf
    • Assertiviteit
    • Aandachtbehoefte
  • Consciëntieusheid
    • Regels en zekerheid
    • Ordelijkheid
    • Doorzettingsvermogen
    • Prestatiemotivatie
  • Openheid
    • Creativiteit
    • Leergierigheid
    • Initiatief
    • Avontuurlijkheid
    • Spanningsbehoefte
  • Vriendelijkheid
    • Zorgzaamheid
    • Harmonieus
    • Sociale warmte
    • Vertrouwen in anderen
    • Interesse in anderen
  • Integriteit
    • Eerlijkheid
    • Oprechtheid
    • Behoefte aan status en bezit

Bruikbaarheid van de test

Het gebruik van persoonlijkheidstests wordt de laatste tijd ter discussie gesteld. Doordat jongeren, vooral in de puberteit, erg wisselen qua persoonlijkheid, zegt de testuitslag niet heel veel. Een persoonlijkheidstest is zo ontworpen dat de uitslag ook de tweede keer (na een paar maanden) nagenoeg gelijk zal zijn als de eerste test.

Bij volwassenen klopt dit, maar bij jongeren en jong-volwassenen is deze stelling niet zo standvastig. De test is opgebouwd uit 200 items, waarbij er gekozen wordt uit de antwoordmogelijkheden ‘Zeer onbelangrijk, onbelangrijk, niet belangrijk / belangrijk, belangrijk, zeer belangrijk’. De gestelde vragen zijn redelijk duidelijk, maar soms wat lastig geformuleerd.

Testuitslagen

De uitslag van de test wordt weergegeven met de staninescore 1 – 9, waarbij 1 zeer laag is en 9 zeer hoog. De berekening van deze score is afhankelijk van de gekozen normgroep.

Rapportages

De resultaten (van de NOA-Online) tests worden samengevoegd in één rapportage. De rapportage van deze persoonlijkheidstest bestaat uit een inleiding over de test, en een deel per schaal. Per hoofdschaal is er een korte inleidingen een beschrijving van de onderdelen binnen de schaal.

Vervolgens staat er een schematische weergave van de score, uitgedrukt in stanines. Onder het overzicht staat een automatische gegenereerde beschrijving van de individuele score. De rapportage kan uitgeprint worden als standaard of uitgebreide rapportage. De rapportage moet gebruikt worden als onderdeel van een gesprek tussen loopbaanadviseur en leerling. Zo worden de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd. Vooral bij een persoonlijkheidstest is dit extra belangrijk. De test moet dan ook met een professional besproken worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

CAPAZ is een aparte test binnen ICARES en is gericht op het studiegedrag van jongeren en volwassenen. De tests is gericht op VMBO, HAVO en MBO niveau en maakt gebruik van vijf schalen. Deze zijn:

  • Concentratie
  • Aanpak studie
  • Prestatie - motivatie
  • Angst om te falen
  • Zelfvertrouwen

Bruikbaarheid van de test

De vragenlijst bestaat uit 75 uitspraken om het eigen studiegedrag in te schatten. De gebruiker kan kiezen uit de vier antwoordmogelijkheden ‘Klopt helemaal niet, klopt niet echt, klopt redelijk, klopt helemaal’. Voor het invullen van de test kan ongeveer 20 á 30 minuten uitgetrokken worden. Bij de normering wordt gebruik gemaakt van een score van 0 – 10.

Testuitslagen

De uitslag bestaat uit een schematisch overzicht van de vijf schalen, afgezet tegen de score 0 – 10. Door op de titel van de schaal te klikken komt er een schaalspecifieke uitslag in beeld. Hierin ziet men de vragen die onder die betreffende schaal vallen, samen met het ingevulde antwoord door de cliënt. Boven de specifieke schaal staat een korte uitleg over de betekenis.

Rapportages

Bij ICARES kun je de vragenlijst, de vijf schalen en een totaaloverzicht ook uitprinten. In deze test worden belangrijke psychologische onderdelen getest, zoals faalangst en zelfvertrouwen. De rapportage moet daarom ook worden gebruikt  als onderdeel van een gesprek tussen de coach / begeleider en de leerling. Op die manier kunnen de testuitslagen niet enkel door de leerling (en hierdoor mogelijk verkeerd) geïnterpreteerd kunnen worden.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

 

Op donderdag 26 mei organiseerde het Lerend Netwerk LOB Eemland wederom een succesvolle miniconferentie. Deze keer stond de workshop “De ontwikkeling van het puberbrein” centraal.

Jongeren maken keuzes voor hun toekomst, maar zijn hier lang nog niet altijd aan toe. Daarbij is hun brein ook nog volop in ontwikkeling. Hoe sluit je loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) beter aan op dat nog volop ontwikkelende puberbrein en de belevingswereld van de leerling? Ria van Dinteren (Breinwerk en CINOP) ging in haar presentatie en workshop dieper in op deze vraag.

In de presentie gaf Ria een kijk in onze hersenen; over de opbouw en de werking ervan. Vanuit de wetenschap werd er ingezoomd op de rol als begeleider. In de workshop werd aandacht bestaan aan ‘kinesthetisch’ leren (op gevoel) en de belangrijkste breidprincipes; veiligheid, voeding, emotie, verbinding en informatieverwerking.

Wat tips op een rijtje:

  • Gebruik meer zintuigen: op meer plekken opslaan betekent makkelijker terugzoeken.
  • Vermijd de niet-boodschap (niet met je voeten op de bank).
  • Moedig inspanning aan in plaats van het resultaat.
  • Geef gerichte feedback.
  • Bouw verwerkingstijd in.
  • Let op de jongens in het onderwijs, zij zijn minder verbaal ingesteld. De hersenontwikkeling van jongens heeft een ander tempo dan dat van meisjes in de puberleeftijd!
  • Bied structuur en houd je aan afspraken.
  • Geef ruimte voor beweging! De ontwikkeling van het skelet zorgt voor niet-stil kunnen zitten. 15-20 minuten stil, daarna actie.
  • Zorg voor herhaling en kinesthetisch leren. (Koppelen van leren aan emotie)
  • Geef het goede voorbeeld.

Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Het SLO heeft de Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) in het VMBO onder verdeeld in vijf varianten:

  • traditionele LOB
  • LOB via projecten
  • LOB als apart vak
  • geïntegreerde LOB
  • LOB vanuit de vakken

In dit artikel bespreken we de ‘Traditionele LOB’ variant.
Binnen het voortgezet onderwijs wordt er nog veel gebruik gemaakt van LOB op een traditionele manier. Dit is de manier, zoals het al van oudsher gaat. Want, wat goed is hoeft niet veranderd te worden… toch? De traditionele LOB kenmerkt zich door klassikale keuzebegeleiding, vaak aan de hand van een methode. Hierbij maken de leerlingen verschillende vragenlijsten en tests en gaan naar voorlichtingen en opendagen. Hierin doorlopen alle leerlingen hetzelfde programma.

De decaan is een belangrijke factor in dit geheel. Hij voert in samenwerking met de mentor de programmaonderdelen uit die het keuzeproces ondersteunen. De decaan geeft ook de ouders voorlichtingen en de klassikale voorlichtingen aan de leerlingen. Het keuzeproces maakt de leerling door aan de hand van een methode die vaak in de mentorlessen wordt behandeld. Bij belangrijke keuzemomenten heeft de decaan contact met de leerling, maar vaak is de mentor het eerste aanspreekpunt.

De traditionele LOB is nog vaak te zien binnen het VMBO. De gedachte hierachter is dat de decaan de expert is op het gebied van loopbaanbegeleiding- en oriëntatie. Hij of zij is dan ook de aangewezen persoon om het keuzeproces bij de leerlingen te begeleiden. De kwaliteit van het keuzeproces hangt alleen niet af van de expertise van de decaan of mentor, maar ook van de hoeveelheid kwalitatieve tijd die een decaan of mentor heeft voor de LOB en of de leerling alle stappen in het keuzeproces goed heeft doorlopen. Pas dan kan een leerling een goede onderbouwde keuze maken.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

Op donderdag 26 november organiseerde het Lerend Netwerk LOB Eemland wederom een succesvolle miniconferentie. Deze keer stond de workshop “Het voeren van reflectiegesprekken” centraal. In twee presentaties en een workshop stonden decanen, mentoren en SLB’ers stil bij de ontwikkelingen in het vakgebied op het gebied van reflecteren.

De eerste presentatie door Sven Onland:
Sven Onland is docent en coach bij Sport Dienstverlening en Veiligheid (SDV) op het Prisma College te Amersfoort.

Zoals Sven in de praktijk gemerkt heeft, is niet iedere docent geschikt om coach te worden. Coaching is tóch een andere tak van sport waar een gedegen scholing voor nodig is. Dit kan door middel van een opleiding of een aantal trainingen en vooral door heel veel oefenen. Daarnaast is het nodig dat de coach interesse heeft om leerlingen te coachen en het moet klikken tussen de leerling en de coach.

De tweede presentatie door Ineke Beumer:
Ineke is coach en trainer bij OAB Dekkers te Amersfoort.

Reflecteren wil kortweg zeggen ‘nadenken over’. Binnen het onderwijs heeft dit ‘nadenken over’ uiteraard te maken met nadenken over het eigen leerproces en de prestaties van de student en leerling. Daarnaast is reflecteren eigenlijk ook leren. Door te reflecteren vergroot je je eigen zelfkennis en word je je bewust van emoties en drijfveren die in bepaalde situaties een rol spelen. Daarbij krijg je inzicht in hoe je daarnaar handelt en dit eventueel anders kan doen.

De presentaties van Ineke en Sven zijn hier te lezen.

© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Op donderdag 14 oktober 2010 organiseerde het lerend netwerk LOB Eemland wederom een succesvolle miniconferentie. Dit keer stond de ouderbetrokkenheid bij de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) centraal. Door presentaties van Wouter Schimmel, ouders, decanen en een leerling stonden SLB’ers, decanen, mentoren en docenten stil bij de mogelijkheid om ouders meer te betrekken bij de (studie)loopbaanbegeleiding van hun kind.

Is samenwerking tussen ouders en LOB fictie of realiteit?
Die vraag beantwoordde Wouter Schimmel vandaag in zijn presentatie. Ouders zijn steeds minder betrokken bij het onderwijs naar mate hun kind ouder wordt. Toch vragen jongeren wel hulp en advies van hun ouders, als het gaat om studiekeuze, het zoeken naar een baan en toekomstdromen. Het is zelfs zo, dat de mening van ouders hierbij doorslaggevend is! Voor scholen is het daarom belangrijk om samen te werken met zowel de leerlingen als hun ouders. Beide partijen hebben namelijk hetzelfde doel: de ontwikkeling van het kind.

Ouders en school versterken elkaar!
Scholen kunnen ouders laten kennismaken met de onderwijsvormgeving van nu. Ook laten ze de ‘onzichtbare’ beroepen zien, waar ouders geen goed beeld van hebben. Ook kunnen ouders op scholen vertellen over hun eigen beroep en loopbaan en zelfs leerlingen een dag kunnen meenemen op stage. Op die manier krijgen leerlingen een goed beeld van de beroepspraktijk en is het voor school gemakkelijker om stageplaatsen te vinden. De winst zit hem in het thuis voeren van de dialoog over keuzes en de betrokkenheid van ouders bij het proces. Ouders en school versterken elkaar in plaats van elkaar te verzwakken.

De presentatie van Wouter Schimmel is hier te vinden.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

Op vrijdag 4 juni organiseerde het Expertisecentrum LOB Eemland wederom een succesvolle miniconferentie onder de naam ‘Lerend netwerk LOB Eemland’. Dit keer stond de loopbaanbegeleiding in de VMBO-TL centraal. In twee presentaties en een discussie stonden decanen, directieleden en SLB’ers stil bij de ontwikkelingen in het vakgebied.

Presentatie 1: de functie van het sectorwerkstuk in het LOB-programma
Deze werd gegeven door Hans Roorda, decaan bij Guido de Bres, voorzitter van de Taakgroep LOB Eemland en Jannie Voskamp, Studieloopbaanbegeleider bij ROC Midden Nederland.

Het sectorwerkstuk is verplicht voor VMBO-GL en TL, maar per school verschilt de manier waarop deze wordt vormgegeven. Al deze verschillende varianten maakt het voor VMBO’s en ROC’s moeilijk om goede kwaliteit te bieden en hierdoor te zorgen voor een goede grenservaring voor de leerlingen. Om deze reden is er in de regio Eemland de wens om uiteindelijk terug te gaan naar twee varianten op het sectorwerkstuk.

De eerste variant is de individuele benadering, waarbij de leerlingen als het ware een meesterproef afleggen door het sectorwerkstuk.
De tweede variant is de groepsgewijze benadering, waarbij grote groepen leerlingen naar het ROC gaan voor een keuzecarrousel per sector.

Presentatie 2: onderzoek ‘Aanpak VSV Eemland.
In de tweede presentatie vertelde wij zelf over ons onderzoek dat we hebben uitgevoerd voor het ‘Aanpak VSV Eemland. We hebben onderzocht hoe de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) op vijf VMBO-TL scholen is vormgegeven, hoe dit in vergelijking staat met succesvol LOB en wat er nodig is om succesvol LOB te bereiken.

Beide presentaties zijn hier te vinden.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

Het SLO heeft de Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) in het VMBO onderverdeeld in vijf varianten:

  • de traditionele LOB
  • LOB via projecten
  • LOB als apart vak
  • geïntegreerde LOB
  • LOB vanuit de vakken

 In dit artikel bespreken we de variant ‘LOB vanuit de vakken’.

Bij LOB vanuit de vakken is het praktijkgerichte deel aangevuld met extra LOB-activiteiten belangrijk. Daarbij zijn de onderdelen van het complete programma vastgelegd in het PTA. Hierdoor doorlopen alle leerlingen hetzelfde programma.

De docenten van de sectorverplichte vakken zijn als team verantwoordelijk voor het programma en de begeleiding. Bij het ontwikkelen van het programma wordt rekening gehouden met het examenprogramma van alle vakken. Zo ontstaat integratie tussen vakonderdelen en LOB-opdrachten.

De decaan is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de docenten, het bewaken van de kwaliteit, de ontwikkeling van het programma en deelt zijn of haar kennis over opleidingen en beroepen met de docenten.

Anders dan bij geïntegreerde LOB is dat de leerlingen structureel, een lesdag per week LOB krijgen. Dit gaat niet ten koste van de sectorgerichte vakken, omdat een deel van het sectorgerichte programma binnen de LOB lessen wordt behandeld.

De achterliggende gedachte bij LOB vanuit de vakken is dat de leerling hier het dichts bij de praktijk komt en daardoor het dichts bij hun toekomstige baan. Docenten voelen zich meer verantwoordelijk om deel uit te maken van de loopbaan van hun leerlingen en leerlingen hebben meer tijd om aan LOB te werken. Op de praktijkervaringen kan worden gereflecteerd binnen de LOB lessen en de sectorverplichte vakken. Hierbij legt de leerling de koppeling tussen opleiding en praktijk.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

Het SLO heeft de Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) in het VMBO onderverdeeld in vijf varianten:

  • de traditionele LOB
  • LOB via projecten
  • LOB als apart vak
  • geïntegreerde LOB
  • LOB vanuit de vakken

In dit artikel gaat het overde ‘Geïntegreerde LOB’ variant.

Loopbaanbegeleiding kan op veel verschillende manieren gegeven worden, zo ook via een integratie in de vakken. Hierbij gaat het vooral om de beroepsgerichte vakken binnen een beroepsgericht programma. Binnen dit programma oriënteren de leerlingen op de verschillende sectoren en de beroepen die daarbij horen. De docent van het beroepsgerichte programma, tevens de mentor, is verantwoordelijk voor de Loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) welke binnen dit programma plaats vindt. De mentor begeleidt de leerlingen bij het maken van keuzes en voert met de leerling hetgesprek aan de hand van het loopbaandossier. In dit loopbaandossier of portfolio houdt de leerling zijn of haar eigen ontwikkelingen bij.

De decaan is degene die, in samenwerking met de docenten, het programma ontwikkelt en de kwaliteit bewaakt. Een grote rol is weggelegd voor de mentor. Vande mentor wordt verwacht dat hij of zij kennis heeft van maatschappelijke ontwikkelingen, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en kennis van mbo-opleidingen. Daarnaast dient de mentor in staat te zijn om leerlingen te coachen en te trainen bij het LOB-proces.

De achterliggende gedachte om LOB te integreren in het beroepsgerichte programma is dat de student hier het dichts bij de praktijk komt en daardoor het dichts bij hun toekomstige baan. Door de ervaringen met de praktijk goed te begeleidingen en de leerling de koppeling te laten leggen met studiekeuze en loopbaankeuzes, kan LOB effectief werken. Echter moet hierbij niet alleen de nadruk liggen bij oriëntatie of werkexploratie, maar ook bij het capaciteitenonderzoek (wie ben ik, wat kan ik) en loopbaanplanning (wat wil ik, wat heb ik nodig). Deze eerste stappen zijn essentieel om de beroepenoriëntatie goed te laten slagen.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

15 april was de LOB startconferentie over de bouwstenen voor succesvolle loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB). Deze bijeenkomst is georganiseerd door het Expertisecentrum LOB Eemland, met Peter den Boer (lector keuze processen bij ROC West Brabant) en Tycho Filarski (Bestuurslid Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs, JOB) als sprekers.

1epresentatie door Peter den Boer
In keuzeprocessen voor opleiding en beroep moeten jongeren steeds eerder studie- en loopbaankeuzes maken. Voor jongeren is dit lastig doordat hun hersenen op dit gebied nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn. Op school moeten leerlingen dan ook leren om te kunnen kiezen. En kiezen doe ze door:

  • (grens)ervaringen op te doen
  • hier zelf op terug te kijken (Wat vond ik er nu eigenlijk van?)
  • met anderen over deze ervaring te praten.

Dit praten met anderen kan met vrienden, ouders, de mentor of de decaan. Door dit gesprek goed als een coachgesprek in te zetten, leert de leerling om te reflecteren op deze ervaring. Onderwijs dient deze randvoorwaarden te creëren om vroegtijdig schoolverlaten en switchgedrag terug te dringen.

2ePresentatie:Tycho Filarski over onderzoek ‘Kiezen moet je (stimu)leren’ Onderzoek van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). Dit onderzoek beantwoordt de vraag, waar VMBO’ers en MBO’ers behoefte aan hebben bij het maken van een studiekeuze.

Beide presentaties zijn hier te vinden.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching

Het SLO heeft de Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB) in het VMBO onderverdeeld in vijf varianten:

  • de traditionele LOB
  • LOB via projecten
  • LOB als apart vak
  • geïntegreerde LOB
  • LOB vanuit de vakken

In dit artikel bespreken wede ‘LOB via projecten’ variant.

Loopbaanbegeleiding kan op veel verschillende manieren gegeven worden, zo ook via projecten. Dit houdt in dat er een aantal activiteiten worden georganiseerd rondom het thema LOB. Zo kan er een ‘Wie ben ik?’-week zijn met verschillende opdrachten rond zelfinzicht, maar ook beroeps- oriënterende activiteiten rondom een bepaalde sector. Alle projecten samen vormen een totale LOB leerlijn, verdeeld over de leerjaren van de opleiding.

Een grote rol bij LOB via projecten is die van het projectteam. Dit team bestaat voornamelijk uit docenten en mentoren. Bij een bepaald project kunnen wel andere partijen betrokken worden zoals het bedrijfsleven of ROC’s en AOC’s. De rol van de decaan is in dit gebeuren coördinerend. De decaan heeft een adviserende rol en ondersteunt de mentoren.

Werken met één thema
De achterliggende gedachte om LOB via projecten aan te bieden is dat leerlingen in een bepaalde periode voornamelijk met één thema aan het werk zijn. Anders dan bij een geïntegreerde leerlijn, waarbij LOB bijvoorbeeld één uur per week naast alle andere lessen aandacht wordt besteed aan LOB, wordt er hierbij gekozen voor een LOB-week. Dit kan op verschillende manieren georganiseerd worden. De lessen kunnen die week komen ter vervallen, waarvoor het LOB project in de plaats komt. Ook kan ervoor gekozen worden om de projectopdrachten plaats te laten vinden in de lessen.

De verschillende projecten die over de leerjaren heen verspreid worden aangeboden, zullen samen een totaal pakket LOB moeten vormen. Zo doorloopt de leerling wel alle fases van de loopbaanbegeleiding.

© 2010, Kers & Kers Loopbaancoaching