Contact

Heb je een vraag, of wil je een vrijblijvend kennismakingsgesprek aanvragen? Bel of mail ons! Je kunt ook het contactformulier invullen.

055 - 8449407
info@kersloopbaancoaching.nl
 

MBO

Loopbaanontwikkeling is voor ons meer dan adviseren, begeleiden en coachen van personen en instellingen. Voor ons gaat het ook om kennisdeling. Om die reden hebben wij een digitaal informatiepunt. Hierin zijn de artikelen onderverdeeld in categorieën. Tevens kun je de artikelen delen via Social Media of printen. 

 

Zoals je misschien al weet is het zoeken naar een stage- of leerwerkplek niet altijd gemakkelijk. Vooral nu het MBO werkt met Competentie Gericht Onderwijs (CGO) moet je bij het zoeken naar een plek ook kunnen aangeven wat je precies wilt leren en wat jij het bedrijf kan bieden. Die plek moet vaak erkend zijn bij de brancheorganisatie van de opleiding die je volgt en vaak stelt je opleiding zelf ook nog allerlei eisen aan je stageplaats.

Bij het zoeken naar een stage- of leerwerkplek moet je jezelf eerst een aantal vragen stellen;

  • Voor hoeveel uur moet je plek vinden?
  • Welke opdrachten moet je van school uitvoeren op je werk of stage en welke werkzaamheden zijn daar dan voor nodig?
  • Wil je stagelopen in je woonplaats of ben je bereid ook te reizen?

Na deze eerste schifting weet je een beetje welke richting je op kunt zoeken. Maar ja, waar begin je die zoektocht dan? Ten eerste kun je natuurlijk terecht bij je eigen opleiding. Sommige MBO’s hebben namelijk een stagebureau die bemiddelt tussen de werkgevers en de studenten. Ook wanneer jou school dit niet heeft, is het raadzaam om toch je zoektocht op school te beginnen. Docenten, oudere jaar’s en medestudenten kunnen je misschien helpen door het netwerk dat zij hebben opgebouwd.

Wanneer je school niets voor je kan betekenen, of wanneer de voor jou interessante plekken al zijn vergeven, moet je zelf op zoek naar een passende plek. Ook nu kun je gebruik maken van het netwerk van anderen. Vraag eens rond in je familie of bij vrienden wat zij nou een geschikte plek voor je vinden. En of ze iemand kennen in dat ideale bedrijf. Zo kom je misschien op vacatures waar je anders niet aan gedacht zou hebben. Wanneer ook dat niets oplevert, moet je actief op zoek via internet, de krant, vakbladen en winkels en bedrijven in jou regio.

Om te beginnen is er een erg gemakkelijke site die je kan helpen met het vinden van een stageplek. Kijk daarvoor eens op www.stagemarkt.nl . Hierop vindt je allerlei stage en leerwerkplaatsen in jou regio en vakgebied. Door middel van verschillende kleuren geeft de site aan of die vacature als is opgevuld en of het bedrijf vaker stagiaires of BBL’ers heeft gehad. Ook kan je op de site een functieomschrijving vinden. Vergelijk deze omschrijving eens met de werkzaamheden die je voor jezelf had opgeschreven om te bepalen of de vacature bij je past. Let daarbij ook op de erkenning van het leerbedrijf, het aantal uren, de eventuele stagevergoeding en of je bij dat bedrijf zou willen werken. Zo ja, dan kan je vaak per telefoon of email laten weten dat jij geïnteresseerd bent in die plek!

 

Ook wanneer je bij een bedrijf of winkel binnenloopt moet je jezelf goed voorbereiden. Waarom loop je precies op die plek binnen? Wat verwacht je van het bedrijf, wat wil je leren en hoeveel begeleiding heb je daarbij nodig? Bedenk je ook wat jij vast voor het bedrijf kan doen. Misschien heb je vakken al afgerond of ben je vanuit je vorige opleiding of vrije tijd heel goed in bepaalde dingen. Benadruk dit dan. Kijk ook bij het binnenlopen van een bedrijf vooraf of dit bedrijf een erkend leerbedrijf is. Meer hierover kan je vinden op de site van de brancheverenigingen www.colo.nl. Of op de website van je eigen branchevereninging! De allerlaatste tip: Begin op tijd met zoeken!

Wendy Kers
© 2013, Kers & Kers Loopbaancoaching

 

Vanochtend was het overal groot in het nieuws, minister Bussemaker wil zogenaamde ‘pretstudies’ afschaffen in met name het MBO. Aan de ene kant natuurlijk erg handig, opleiden naar werkloosheid zijn weinig waard. Aan de andere kant echter is het nogal makkelijk om zomaar opleidingen te schrappen die nu niet veel gevraagd zijn. Want wat doet de vraag naar deze beroepen in de toekomst? En wat betekent deze maatregel voor de studiekeuze van vmbo’ers?

Een studie kiezen doe je niet zomaar. Je kijkt naar je wensen, vaardigheden en motivatie maar ook naar de arbeidsmarkt, de salarissen en andere randvoorwaarden. Zo zullen weinig vmbo’ers uit Maastricht starten met een opleiding die alleen in Groningen aangeboden wordt. Maar als je met al die zaken rekening houdt, kun je dan voorspellen of je over 2,3 of 4 jaar een baan kunt vinden met je diploma. Of eerder, een stageplek tijdens je droomstudie? Zo zijn er nu veel mensen nodig in de techniek, maar leerwerkplekken om die arbeidskrachten op te leiden, zijn er in sommige regio’s nauwelijks.

Daarbij komt ook nog dat niet iedereen kan starten op het niveau waarin je straks wilt gaan werken. Zo zijn er genoeg mbo’ ers die moeten starten op een niveau 2 en stapelen naar een niveau 4 diploma. Of vmbo’ ers en havisten die kiezen voor een mbo niveau 4 opleiding als opstap naar het HBO. Wat nu als je droomstudie dan valt onder de pretstudies van minister Bussemaker? Er zullen zat studenten zijn die mbo dierverzorging als opstap gebruiken voor de HBO lerarenopleiding Biologie of de studie Lifescience. Moeten we die gemotiveerde studenten dan maar eerst de techniek in sturen omdat daar nu eenmaal vraag naar is?! Lijkt me totaal niet wenselijk en ook zeker niet bevorderlijk voor de motivatie van de studenten. Want wat is er nou moeilijker dan iets volhouden waar je niet 100% achter staat? Vooral als je stilstaat bij het feit dat 30% van de mbo’ers en 45% van de HBO’ ers al eens zijn gestopt met een studie vanwege een ‘foutieve’ studiekeuze.

Het effect

Hoewel het plan dus nobel is; studenten niet opleiden tot werkloosheid, is de uitvoering lastiger dan het klinkt. Voorspellen hoe de markt zich gaat gedragen is nou eenmaal lastig. Nog lastiger is het om aankomende studenten een richting in te praten die ze niet willen. Vooral op de lagere mbo niveaus is studiekeuze straks erg beperkt. Wanneer je op niveau 2 de opleiding tot dierverzorging, detailhandel en sport schrapt, moeten vele studenten iets kiezen waar hun hart niet ligt, om de mogelijkheid om hogerop te komen open te houden. Wat overblijft zijn zo ongeveer de startopleidingen in de techniek, helpende zorg en welzijn en beveiliging.

Het kabinet wil dan ook dat er vanuit mbo’s meer op loopbaankeuze ingezet wordt. Maar eigenlijk is dat al te laat. Vmbo’ ers hebben dan al een sector of vakkenpakket gekozen en zich ingesteld op een vervolgopleiding. Door de aanmelding komen ze er bij het intakegesprek achter of de opleiding van hun keuze wel plek heeft, of… bestaansrecht.

Nut van gedegen begeleiding

Door jongeren voordat ze naar het mbo gaan loopbaanvaardig te maken, oriënteren ze zich beter. Ze hebben dan namelijk meer inzicht in hun eigen kwaliteiten, interesses en mogelijkheden en een realistisch beeld op het beroep en de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen ze beter een passende studiekeuze maken. Hun keuze kan dan bestaan uit een andere sector, een bredere vooropleiding of een hoger niveau VO. Door hun loopbaan te leren plannen kunnen ze later toch hun droombaan uitoefenen.

Het moraal van dit verhaal

Prima dat de minister onderwijs beter wil laten aansluiten op de arbeidsmarkt, maar laat haar dan wel met de voeten in de klei staan. Ervaar wat scholen er al aan doen om die aansluiting mogelijk te maken en zie de motivatie bij jongeren. Ze kiezen echt geen ‘pretstudie’ omdat dit nu eenmaal makkelijk of alleen leuk is. Ze kiezen een dergelijke studie omdat ze een toekomstplan hebben. Laten wij ze dan ook die toekomst gunnen en ze tegelijkertijd helpen aan een realistisch beeld van die toekomst!

© 2013, Kers & Kers Loopbaancoaching

Focus op vakmanschap MBO

 

Deze nieuwe wet ‘Focus op Vakmanschap’ gaat in per 1 aug 2014 en heeft een aantal (grote) gevolgen voor het MBO onderwijs. Deze wet gaat gelden voor de huidige derdejaars vmbo leerlingen. Deze zitten per 1 sept 2014 namelijk in het eerste jaar MBO.

 

Hieronder staat de belangrijkste punten kort weergegeven.

 

Nr

Maatregel

Voordelen

Zorgpunten

1.

Verkorten onderwijsprogramma’s:

Entreeopleiding max. 1 jaar.

Basisberoepsopleiding (niv. 2) tussen 1 a 2 jaar. Vakopleiding (niv. 3 & 4) tussen 2 a 3 jaar.

Specialisten opleiding (niv. 4) max. 1 jaar.

  • Studenten halen sneller een diploma.
  • Doorlopende leerlijn VMBO-MBO-HBO wordt verkort (totaal straks +/- 11 jaar)
  • Leerroute VMBO-Havo-HBO duurt straks (+/- 10 jaar)
  • Er moet opnieuw kritisch worden gekeken naar het onderwijsprogramma.
  • Onderwijsprogramma’s kunnen in de knel komen doordat ze essentiële onderdelen moeten schrappen.

2.

Bekostiging gaat veranderen.

In het MBO wordt een leerling maximaal 3 jaar voor 100% bekostigd (ongeacht vooropleiding of switch van opleiding)

  • MBO instellingen worden beoogd de besteding van rijksmiddelen te verbeteren.
  • Studenten direct op het juiste niveau en opleiding laten instromen.
  • Stapelen van opleidingen en diploma’s blijft mogelijk.
  • Loopbaan oriëntatie en –begeleiding (LOB) en studiekeuze begeleidingen wordt nog belangrijker.
  • Switchen gaat onderwijsinstellingen geld kosten.

3.

Verhoging van de onderwijstijd.
Nu 850 uur onderwijs, waarvan max. 60% in stage. Straks naar 1100 uur onderwijs, waarvan max 30% in stage.

  • Meer uren onderwijs onder begeleiding van docent.
  • In het eerste jaar meer les.
  • Kosten van het onderwijs (voor de onderwijsinstelling) wordt hierdoor duurder.

4.

Centrale examinering
voor Nederlands, Engels en rekenen.

  • Nederlands, Engels en rekenen beter ontwikkeld bij studenten.
  • Mogelijk verzwaring toelatingsbeleid voor VMBO-basis en VMBO-kader leerlingen.

5.

Herziening kwalificatiestructuur

 

  • Van 627 verschillende kwalificaties naar fors minder kwalificaties.
  • Kwalificaties aan laten sluiten bij arbeidsmarkt.
  • Zorg over het mogen blijven bestaan van kleinschalige opleidingen met beperkte, maar duidelijke arbeidsmarkt relevantie.
  • Zorg over het niet mogen blijven bestaan van de zogenaamde ‘fun’ opleidingen (sport en dieren).

6.

Meer opleidingen met breed instroomjaar. Daarna keuze uitstroomrichtingen in mbo jaar 2 of 3.

 

  • Studenten krijgen eerste jaar breed programma en kiezen uitstroomrichting na het eerste of tweede jaar.
  • Lastig in uitvoering om de kwaliteit (bij uitstroom) te handhaven van een smal eerste jaar. 

7.

MBO niv. 1 wordt Entreeopleiding
Met uitstroom naar werk of niv. 2

 

  • De uitstroom naar werk vanuit Entreeopleiding zijn niet langer VSV’ers.
  •  
  • Studenten mogen max. maar 1 jaar een entree opleiding volgen.
  • Meerdere niv. 1 diploma’s halen is niet meer mogelijk.
  • Intake bij entreeopleidingen nu nog belangrijker.

8.

Drempelloze instroom voor niv. 2 verdwijnt.

Voor niv 2. Is een MBO niv. 1 diploma nodig of een diploma VO. Zo niet, dan toelatings-onderzoek.

  • Toelatingsonderzoek moet gedocumenteerd worden, maar de scholen bepalen zelf de onderzoek eisen.
  • Hoe de entreeopleiding aansluit op bv. VMBO-TL leerlingen zonder diploma is niet bekend.

9.

Professionalisering docenten en management.

  • Meer masteropleidingen voor docenten.
  • Er moeten meer functionerings- en beoordelingsgesprekken worden gehouden.
  • Het HRM-beleid binnen school moet aantoonbaar verbeterd worden.
  • Meer risico op stress en burnout bij docenten door verzwaring van het onderwijsprogramma en het (verplicht) moeten bijscholen.

 

Meer informatie over de wet Focus op Vakmanschap is te vinden op www.rijksoverheid.nl & http://www.mbo15.nl

(c) 2013, Kers & Kers Loopbaancoaching

Op 9 oktober 2012 heeft de Eerste Kamer de wetsvoorstellen passend onderwijs en kwaliteit in het (voortgezet) onderwijs aangenomen. Hierdoor gaat de zorgplicht voor scholen in per 1 augustus 2014. Het doel van deze zorgplicht is om leerlingen zo veel mogelijk een passend ondersteuningsaanbod te geven binnen het reguliere onderwijs.

Wat is de zorgplicht

In de huidige situatie wordt een kind aangemeld bij een school naar keuze. Heeft de leerling extra zorg nodig dan kunnen ouders een zorg-indicatie aanvragen. Dit is vaak een lang traject met een hoop zorgen en administratieve rompslomp. In de nieuwe situatie per 1 aug 2014 gaat het anders.

Ouders melden hun kind nog steeds aan bij de school van hun keuze. Binnen het samenwerkingsverband van deze voorkeurs-school moet er een plek gevonden worden voor de leerling. Dit kan dus de school van aanmelding zijn, maar ook een andere school binnen of zelfs buiten het samenwerkingsverband. Maximaal na 10 weken na inschrijving moet duidelijk zijn voor ouders en school of de leerling geplaatst kan worden op de voorkeursschool of dat deze geplaatst wordt op een andere school.

Wat betekent het voor ouders en leerlingen

Vanaf augustus 2014 zijn niet meer de ouders, maar de scholen verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat er voor elk kind dat extra ondersteuning nodig heeft een passende plek is. Als de school van aanmelding het kind niet zelf kan plaatsen, wordt na overleg met de ouders een passende plek op een andere school aangeboden. Als ouders het niet eens zijn met de beslissing van de school dan kunnen zij zich wenden tot de geschillencommissie passend onderwijs, de Commissie Gelijke Behandeling en tenslotte het geschil voordragen bij de rechter.

Wat betekent het voor leraren en begeleiders

Het systeem van de rugzak verandert met passend onderwijs. Dit heeft dan ook gevolgen voor de ambulante begeleiding in cluster 3 en 4. Voor cluster 2 verandert er niets. In het schooljaar 2014-2015 blijft het geld voor ambulante begeleiding gaan naar de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. In het schooljaar 2015-2016 gaat het bedrag over naar het ondersteuningsbudget van de samenwerkingsverbanden.

Ook in de klas zullen er meer verschillen zijn tussen leerlingen. Verschillen op het gebied van intelligentieniveau, leerstijlen, maar ook op het gebied van ondersteuningsbehoeftes. Voor de meeste leerlingen geldt dat zij, met soms wat extra ondersteuning, het normale onderwijsprogramma kunnen doorlopen. Voor een aantal leerlingen is deze ondersteuning nog niet voldoende. Deze leerlingen doorlopen dan een afwijkend onderwijsprogramma. Om hier duidelijkheid over te hebben stellen de leerkrachten binnen zes weken na inschrijving een ontwikkelingsperspectief op. Hierin staan welke onderwijsdoelen gerealiseerd kunnen worden en wat de uitstroombestemming zal zijn.

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op passendonderwijs.nl

Daniël Kers,
© 2012, Kers & Kers Loopbaancoaching.

Het ministerie van OCW vindt loopbaanoriëntatie en –begeleiding een belangrijk onderdeel van het MBO en subsidieert daarom het Stimuleringsproject LOB in het MBO. Samen willen MBO Diensten, MBO Raad, SBB, Skills Netherlands en het ministerie OCW bereiken dat:

  • Studenten goed inzicht hebben in de eigen talenten, kwaliteiten en mogelijkheden, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken voor een vervolgopleiding of beroep.
  • Minder studenten voortijdig hun opleiding verlaten vanwege verkeerde opleidings- en beroepskeuze.

Om deze doelen te kunnen halen is LOB TOOLBOX ontwikkeld in opdracht van het Stimuleringsproject LOB in het MBO. Zes werkgroepen verdiepten zich elk in een aspect van LOB in het MBO – zoals de doorstroom, praktijkleren, het intakegesprek, VM2-trajecten, levensechte opdrachten en het opzetten van een (bedrijven) netwerk. De werkgroepen hebben enkele concrete instrumenten opgeleverd waarmee je direct aan de slag kunt. Enkele hiervan vind je in de LOB toolbox. De complete opbrengst kun je op www.mbodiensten.nl/ - projecten - LOB - toolbox downloaden.

Wat is er ontwikkeld en wat kun je ermee.

LOB en Doorstroom

De werkgroep Doorstroom mbo/hbo/arbeidsmarkt ontwikkelde een kijkkader dat helpt zicht te krijgen op LOB binnen opleidingen, met een focus op de doorstroom naar het hbo of de arbeidsmarkt. Voor VMBO leerlingen die hun loopbaan al hebben uitgestippeld na de MBO opleiding is de zoekmachine ‘Kans op werk’ en de MBO wijzer handige websites.

LOB en praktijkleren

De werkgroep Praktijkleren verzorgde een inventariserende verkenning en een praktische vertaalslag: een overzicht van alle bouwstenen en twee hulpmiddelen die je helpen een omgeving te realiseren die inspireert te leren, te werken en te kiezen en hiermee zorgt voor een integratie tussen LOB en beroepspraktijk.

LOB tijdens het intakegesprek

Uit de praktijk blijkt dat veel intakegesprekken te weinig loopbaangericht zijn. Daarom ontwikkelde de werkgroep Intake een bewustwordingscampagne om dit onder de aandacht te brengen. Doormiddel van posters, ansichtkaarten, een banner en een webfilm waarin leerlingen aan het woord zijn wil de intakewerkgroep de discussie aangaan. Met als doel om VMBO leerlingen inzicht te geven in het intakegesprek (wat kan je verwachten) en MBO intakers bewust te laten worden over de kwaliteit van het intakegesprek.  

LOB in VM2-trajecten

Het uiteindelijke doe van VM2 is een kwalificering op niveau 2 zonder merkbare overstap. LOB speelt hierbij een cruciale rol, omdat leerlingen vaak nog niet in staat zijn om bewust en afgewogen een beroepsrichting te kiezen. De werkgroep VM2 is daarom gekomen tot bruikbare modellen voor integratie van LOB.

LOB en levensechte opdrachten

Levensechte opdrachten vragen van studenten dat zij hun kennis en vaardigheden integraal toepassen in een beroepssituatie. Deze opdrachten moeten inspireren én studenten inzicht geven in hun leerproces, hun kwaliteiten en ambities. Omdat het lastig kan zijn om deze opdrachten te ontwikkelen heeft de werkgroep dit al voor je gedaan.

LOB en werken met netwerken

Een uitgebreid netwerk is een krachtig instrument. Zeker voor studenten die aan het begin van hun loopbaan staan. De werkgroep heeft daarom het Netwerkkwartet ontwikkeld samen met een aantal tips hoe een netwerk opgebouwd en ingezet kan worden. Voor school en leerling.

2012, Kers & Kers Loopbaancoaching

Naam studie: Haarverzorging / Kapper

Opleidingstype:vMBO

Niveau: Twee en drie

Studieduur: Twee of drie jaar.

Vooropleiding: VMBO

 

Wat leer je:Wat doe je als je sociaal bent aangelegd, graag een praatje maakt en creatief en handig bent? Nou dan overweeg je natuurlijk de 2 jarige MBO-2 opleiding tot kapster! Tijdens de studie leer je wassen, knippen, kleuren, föhnen, coupes bedenken, adviseren en hygiënisch werken.

Keuzes tijdens je studie: Tijdens de opleiding oefen je de vaardigheden in het begin op allerlei koppen, maar na een tijdje moet je ook gaan oefenen met modellen. Die modellen moet je vaak zelf regelen. Ook ga je na ongeveer twee maanden in de opleiding al stage lopen. Die stageadressen vind je overal om je heen! Kapsalons kunnen zich namelijk aanmelden bij het KOC waardoor ze een erkend leerbedrijf kunnen worden. Bij deze bedrijven kan je dan aan de slag tijdens je stages.

Doorstudeermogelijkheden:Je kunt besluiten om na je diploma op niveau 2, door te leren tot allround kapper niveau 3. Je verdiept je tijdens dit jaar in de kennis die je hebt opgedaan en je leert de behandelingen geheel zelfstandig uit te voeren. Ook krijg je les over het leiden van een salon of het opzetten van je eigen bedrijf.

Carrièremogelijkheden: Na de opleiding is het gemakkelijk om een baan te vinden. Kappers zijn veelgevraagd en er zijn in de meeste plaatsen meerdere salons waar je kunt solliciteren.

Bijzonderheden: De opleiding haarverzorging is een kostbare opleiding is. Je hebt namelijk vanaf dag één je eigen materiaal nodig. Dat betekent dat je scharen, koppen, wikkels en andere benodigdheden moet aanschaffen en deze ook steeds mee moet nemen naar school.

Wendy Kers,
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Tja daar zit je dan. Vers met je vmbo diploma op zak te mijmeren over je vervolgopleiding. Als het goed is heb je de keuze allang gemaakt. Misschien ben je zelfs aan op zoek naar tweedehands studieboeken. Toch is het best een overgang om vanaf de middelbare school naar het MBO te gaan. Maar wat verwachten ze daar nou precies van je?

Op het MBO kies je voor een echte beroepsopleiding. Vakken die je niet nodig hebt voor de uitoefening van je beroep, zul je dan ook niet in je vakkenpakket hebben. Je bent tijdens je opleiding bezig aan het opdoen van zogenaamde beroepscompetenties. Dit wil zeggen dat je kennis en vaardigheden aanleert om een beroep uit te oefenen en dat je de houding aanleert die men in dat beroep van je verwacht.

Natuurlijk leer je op het MBO niet alleen. Je klasgenoten hebben allemaal voor dezelfde opleiding of beroepsrichting gekozen als jij. Dat zorgt ervoor dat je tijdens de opleiding vaak moet samenwerken om zo samen aan die beroepscompetenties te werken. Lessen worden niet meer alleen gegeven door een docent die voor de klas staat, maar steeds vaker doe je zelf kennis op die je deelt met je klasgenoten. Zo zul je presentaties moeten houden, met rollenspellen bezig gaan, bedrijfsbezoeken uitvoeren en stage gaan lopen. Tijdens je studie vereist dit dan ook een andere houding van je dan wanneer je op het voortgezet onderwijs zit.

Tijdens je opleiding moet je jezelf studievaardigheden aanleren. Hierin sta je niet alleen, maar wordt je vaak gecoacht door je studieloopbaanbegeleider, mentor of tutor. Samen stel je een plan op met punten waarop jij je wilt ontwikkelen. Het is op het MBO niet alleen van belang dat jij je diploma haalt, maar ook dat je als mens en beroepsbeoefenaar groeit. Om die groei voor elkaar te krijgen, moet je leren plannen, sociale contacten leren leggen en actief leren competenties op te doen.

Je docent neemt je in het MBO niet meer aan de hand mee door de opleiding. Natuurlijk hangt de graad van zelfstandigheid die van je verwacht wordt af van het niveau van je opleiding en het studiejaar waarin je zit. Wel is het zo dat je meer met eigen meningen en initiatieven moet komen dan in het voortgezet onderwijs. Dat zul je namelijk later in je beroep ook gaan doen. Je docent begeleid je wel waar nodig, je moet dan zelf met vragen komen.

Het grootste verschil tussen het voortgezet onderwijs en het MBO is misschien wel je lesrooster. Waar je nu vijf dagen per week naar school moet, zijn dat er straks misschien maar drie of vier. Vooral aan het begin van je studie kan dit erg vreemd zijn, want ja wat moet je met je tijd doen? Die vrije dagen zijn er zodat je alvast een stageplaats kunt vinden, je zelfstandig aan de slag kunt gaan met verslagen en opdrachten of je bedrijfsbezoeken kunt plannen. Later in de opleiding zullen die dagen ook vaststaan als stage of BPV (beroepspraktijkvorming) dagen. Als het zover is, moet je natuurlijk wel een goede en leuke stageplaats hebben. Nou, daar kan je dan mooi je eerdere vrije tijd voor gebruiken.

Wendy Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Om bij de politie te kunnen werken moet je eerst een opleiding volgen aan de politieacademie. Om hier op te komen moet je solliciteren naar een plaats. Elk jaar solliciteren namelijk honderden mensen naar een plaats op de academie en elk jaar is er maar plek voor enkele tientallen. Dit betekent dat er veel mensen niet door de toelatingsprocedure komen.

Voor niveau twee is er ongeveer een kans van één op de tien dat je doorkomt. Hoe hoger het niveau, hoe kleiner de kans dat je toegelaten wordt. Voor niveau vijf (HBO) is de kans zelfs één op vijftig die doorkomen. Doordat zoveel mensen zich aanmelden en er maar zo weinig plaatsen zijn, is er een strenge toelatingsprocedure. Deze toelatingsprocedure bestaat uit een psychologische test, een motivatietest, een fysieke test, een samenwerkings- en leiderschapstraining, taal kennis van Nederlands en Engels en het testen van je communicatieve vaardigheden.

Meer kans om toegelaten te worden op de politieacademie?

Om meer kans te maken dat je door de toelating heen komt zijn er twee goede opties. De eerste is dat je na je middelbare school eerst de opleiding tot Handhaver, Toezicht & Veiligheid (HTV) volgt. Na deze opleiding ben je twee jaar ouder, heb je al een MBO niveau drie diploma en kan je al werken. Daarnaast heb je al kennis over ordehandhaving, veiligheid en ben je tevens in het bezit van je BOA-diploma.De tweede mogelijkheid is dat je het SAW oriëntatiejaar Politie volgt. Dit oriëntatiejaar duurt één jaar, waarbij je veel leert over de politie en waarbij je wordt voorbereid op de toelatingsprocedure. Na het oriëntatiejaar kan je doorstuderen naar het tweede jaar van de opleiding Sociaal Agogisch Werk (SAW) en hier je MBO diploma in halen. Ook kan je solliciteren om opgeleid te worden tot politiemedewerker (niveau drie) of allround politiemedewerker (niveau vier). Voor het oriëntatiejaar krijg je alleen geen diploma, wat bij HTV wel het geval is. HTV duurt daarom alleen ook twee tot tweeënhalf jaar en het oriëntatiejaar Politie slechts één jaar.

Meer informatie over de Politie is hier te vinden.

Daniël Kers,

© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Naam studie:Handhaver Toezicht en Veiligheid (HTV)

Opleidingstype: MBO, BOL en BBL

Niveau: drie      

Studieduur: 2,5 jaar

Vooropleiding: VMBO

Wat leer je:Je houdt toezicht op de veiligheid door te observeren en het signaleren van problemen. Daarnaast moet je op verantwoorde wijze omgaan met fysiek en verbaal geweld om zo de straat veilig te houden. Als HTV’er ben je in het bezit van het BOA diploma, wat inhoud dat Buitengewoon OpsporingsAmbtenaar bent. Je mag dan bekeuringen geven, goederen in beslag nemen en verdachte personen overdragen aan de politie. Hierbij hoort ook dat je een proces-verbaal opmaakt bij een aanhouding. In de opleiding leer je veel over strafrecht en de functie als buitengewoon opsporingsambtenaar. Daarnaast werk je aan je sociaal communicatieve vaardigheden (manier van praten), sociaal maatschappelijke kennis (nieuws) en ben je veel bezig met sport.

Keuzes tijdens je studie: Tijdens de opleiding loop je twee keer drie maanden stage per jaar bij de afdeling THOR, waar alle HTV’ers onder vallen, van een gemeente.

Doorstudeermogelijkheden:Als je wilt doorleren kun je misschien terecht bij het leger of de politie. Daar kun je een interne opleiding volgen.

Carrièremogelijkheden: Als HTV’er werk je meestal voor de gemeente als opsporingsambtenaar, werk je bij een stichting of solliciteer je voor een baan als politiemedewerker niveau 3.

Bijzonderheden: Je bent in het bezit van de Nederlandse nationaliteit, bent minimaal 16 jaar en bent in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Daarnaast moet je een goede gezondheid en conditie hebben. Wil je doorstromen naar de politie, dan worden er extra eisen gesteld aan je gezichtsvermogen.

Daniël Kers,

(c) 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Naam studie: Audiovisueel Medewerker

Opleidingstype: MBO

Niveau: Niveau 3 of 4.  

Studieduur: 3 tot 4 jaar

Vooropleiding: VMBO KL, GL, TL of MBO 2, 3 of 4.

Wat leer je:Alles over de wereld van beeld en geluid. Je leert technische zaken maar ook hoe licht, geluid en beeld samen voor een beleving bij het publiek kunnen zorgen. Zo krijg je je vakken als AV-apparatuur installeren , of het ontwikkelen van een conceptplan voor een opdrachtgever. Ook leer jecommuniceren met je klanten, het uitvoeren van logistieke werkzaamheden en het onderhouden van je materialen.

Keuzes tijdens je studie: Tijdens de studie kun je je specialiseren in een van de vele richtingen.

Doorstudeermogelijkheden:Na het behalen van je niveau 3 diploma kan je verder leren op niveau 4 en je zo specialiseren. Het verschil tussen de twee opleidingen is dat je bij niveau 4 leidinggeven leert en je taken zelfstandig mag uitvoeren. Specialiseren is ook een optie: bijvoorbeeld de uitstroomrichtingen als cameraman of vrouw, beeldtechnicus, geluidstechnicus, video-editor of lichttechnicus. Per ROC verschilthet  welke uitstroomrichtingen er worden aangeboden.

Carrièremogelijkheden: Na het behalen van je diploma kun je aan de slag bij een theater of als licht- geluid- of beeldtechnicus. Ook kan je terecht bij tv-omroepen, reclamestudio’s en evenementenbureaus.

Bijzonderheden: De opleiding verschilt per ROC, kijk dus goed welke opleiding en onderwijsinstelling het beste bij je past.

Wendy Kers

© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching

Wanneer je nu start met een MBO opleiding, heb je gekozen voor een opleiding die valt binnen een bepaalde sector. Die sector bundelt opleidingen die enigszins bij elkaar horen. Niet in alle gevallen is die indeling even logisch. Om die indeling logischer te maken en om je studiekeuze te vergemakkelijken, zouden per 1 augustus 2011 de MBO domeinen worden ingevoerd.

MBO domeinen zijn, net als de huidige sectoren, bedoelt om opleidingen te clusteren. Ze zijn tot stand gekomen na een grootschalig onderzoek onder bijna 500.000 MBO studenten. Opleidingen worden zo logischer verdeeld en de domeinen zijn herkenbaarder voor de studenten. Maar wat is nou het nut van die nieuwe verdeling?

Voordelen voor jou

Momenteel kies je als MBO student voor een opleiding en soms ook al voor een uitstroomdifferentiatie (afstudeerrichting). Maar wat doe je wanneer je niet precies weet welke opleiding je moet kiezen? Door de invoering van MBO domeinen wordt het op sommige scholen mogelijk om je voor een domein aan te melden in plaats van voor een opleiding. Je volgt dan vakken die de opleidingen in jou cluster gemeen hebben. Zo doe je beroepscompetenties op in het eerste jaar, die je in alle opleidingen binnen dat cluster nodig hebt voor je kwalificatiedossier (diploma). Je loopt in dat eerste jaar ook allerlei stages om zo te bepalen welke opleiding het beste bij je past. In de meeste gevallen loop je geen studievertraging op, omdat je dingen leert die anders op een ander moment in de opleiding ook aan bod zouden komen. Wanneer je echter al weet welke studie of zelfs welke afstudeerrichting je wilt gaan doen, kan dit natuurlijk nog steeds. Je meldt je dan net als nu aan voor de opleiding van jouw keuze.

Niet verplicht en uitgesteld

Zoals gezegd zouden de domeinen in augustus 2011 ingevoerd worden. Scholen mogen vanaf dat moment leerlingen inschrijven per domein in plaats van per opleiding. Dit is administratief voor de opleidingen minder werk wanneer je van opleiding zou veranderen binnen hetzelfde domein. Het ministerie van OC&W verplicht scholen echter niet om de domeinen verder ook in te voeren. Scholen moeten dan namelijk ingrijpende veranderingen maken in hun huidige lespakketten. Soms zou de invoering voor scholen ook kunnen betekenen dat opleidingen naar een andere locatie moeten verhuizen omdat ze in een ander domein vallen. In het Actieplan MBO ‘Focus op Vakmanschap 2011-2015′ heeft het ministerie van OC&W de startdatum van 1 augustus 2011 uitgesteld. Scholen kunnen volgens dit nieuwe plan leerlingen op een domein inschrijven vanaf schooljaar 2012-2013.

Iedere school mag zelf bepalen in hoeverre ze de domeinen gaan invoeren. Op sommige scholen zal er voor de leerling niets veranderen in 2012, andere scholen zullen mogelijk een domeinbrede opleiding gaan starten voor studenten die hun definitieve keuze nog niet hebben gemaakt. Houd dus de website van je lokale ROC en AOC goed in de gaten om erachter te komen welke variant van de invoering ze gaan toepassen.

De domeinen

Wanneer je school wel overgaat tot het invoeren van de domeinen, zijn dit de zestien domeinen waar je straks uit kunt gaan kiezen:

  • Bouw en infra
  • Afbouw, hout en onderhoud
  • Techniek en procesindustrie
  • Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek
  • Media en vormgeving
  • Informatie en communicatietechnologie
  • Mobiliteit en voertuigen
  • Transport, scheepvaart en logistiek
  • Handel en ondernemerschap
  • Economie en administratie
  • Veiligheid en sport
  • Uiterlijke verzorging
  • Horeca en bakkerij
  • Toerisme en recreatie
  • Zorg en welzijn
  • Voedsel, natuur en leefomgeving
Daniël Kers
© 2011, Kers & Kers Loopbaancoaching